Home
Warriors For Health
Wie ben ik?
Geschiedenis
Gezondheidsnieuws
Onderzoeken
Food for Thought
Gezonde voeding
Medicinale Hennep
Kruiden-Specerijen
Gezonde recepten
Natuurlijk mooi
Natuurwinkel
Nieuwsbrief archief
Boeken en DVD's
Filmpjes
Lezingen
Ander nieuws
links
Contact
Gastenboek
Fotoalbum
Disclaimer

Over margarine en andere plastic voedingsmiddelen.

Patiënten die een vetarm dieet volgen maken veelal gebruik van speciaal bereide, vetarme voedingsmiddelen. Deze producten dragen vaak bij aan het in stand houden van hun ziekte, verergeren ze of zijn de oorzaak van het ontstaan van andere ziekten.

De meeste kant en klare vetarme voedingsmiddelen missen de onmisbare vetzuren, de consumptie ervan leidt gewoonlijk tot een onbalans in het lichaam, waarbij de spiegel van de zogenaamde “goede cholesterol” wordt verlaagd en die van de “slechte cholesterol” wordt verhoogd. (Drs Edward Siguel Journal of the American Medical Assiciaton 1996) (meer over cholesterol is elders op deze website te vinden).


Een van de gevaarlijkste van deze vetarme voedingsmiddelen is margarine, die van gehydrogeneerde olie wordt gemaakt. Deze wordt verkregen door de olie sterk te verhitten en er dan waterstof doorheen te mengen.


Hydrogenatie vond na 1912 ingang, om veelvoudig onverzadigde vetten met boter en reuzel te kunnen laten concurreren. Tijdens de hydrogenatie worden transvetzuren geproduceerd. Deze kunstmatige onverzadigde vetzuren hebben een andere molecuulopbouw dan die in de weefsels van mensen en andere zoogdieren. Bij dit, bij de fabricage van margarine, gevolgde proces ontstaan “trans-isomeren” van vetzuren, die op de chemische samenstelling van verzadigd vet lijken. (The Lancet 1994)


De hoeveelheden transvetzuren (TFA's) in bewerkte voedingsmiddelen kunnen uiteenlopen van 5% tot 75% van de totale hoeveelheid vet. Nog onder de Amerikaanse, noch onder de Europese wet wordt van fabricanten verlangd dat ze de hoeveelheid gehydrogeneerd vet in een product vermelden, alleen of het al dan niet aanwezig is. TFA's kunnen een rampzalig effect hebben op het vermogen van uw lichaam om onmisbare vetzuren bruikbaar te maken voor het lichaam zegt voedingsexpert dr. Leo Galland, de schrijver van Superimmunity for Kids (E.P.Dutton). Bij verhitting worden ze nog gevaarlijker, omdat ze dan veranderen in iets wat lijkt op de polymeren in plastic!


Gehydrogeneerde vetten zitten in fast food zoals frites en donuts, en in de plantaardige olie, zoals zonnebloemolie, in bakvet en koekjes.


George V. Mann, een medicus uit Nashville Tennessee, die onderzoek naar dit onderwerp heeft gedaan en daar uitvoerig over heeft geschreven, betoogt dat de lipoproteïne-receptoren in de cellen door TFA's worden aangetast. Aangezien door deze beschadiging het lichaam wordt belet cholesterol bevattende lipoproteïne met een lage dichtheid te verwerken, schroeven de cellen de cholesterolaanmaak op. Wat uiteindelijk tot een hoge cholesterolspiegel zal leiden.


We weten uit talrijke onderzoeken dat het bloedcholesterol bij mensen die TFA's eten snel stijgt. (J.Lipid.Res. 1992).Bij een ander onderzoek van de Harvard Medical School, waarbij 85000 vrouwen acht jaar werden gevolgd, werd vastgesteld dat de vrouwen die margarine aten een verhoogd risico hadden op ziekten aan de kransslagaders.


Hoe meer TFA's u eet (en er in het lichaamsvet worden opgeslagen), hoe meer kans u loopt op een hartkwaal. Uit een, in Wales uitgevoerd, onderzoek bleek duidelijk veel verband te bestaan tussen het TFA gehalte van lichaamsvet en het overlijden aan hartkwalen. (Br.J Preven Soc Med. 1975)


Gedeeltelijk gehydrogeneerde plantaardige oliën hebben niet alleen de verwachte voordelen als vervanging voor verzadigde vetten niet waargemaakt, maar hebben zelfs massaal bijgedragen aan het optreden van ziekten van de kransslagaderen”. Dit wqas de conclusie van de researchers uit Harvard.(The Lancet 1993).


Dr. Mary Enig, vroeger werkzaam aan het department of Chemistry and Biochemistry aan de universiteit van Maryland, die het gehalte aan transvetzuren van zo'n 600 voedingsmiddelen heeft onderzocht, heeft berekend dat Amerikanen gemiddeld tussen 11 en 28 gram transvetzuren eten per dag, dit is 1 vijfde van hun totale dagelijkse vetopname. Ter verduidelijking: een grote portie frites die in gehydrogeneerde olie wordt gebakken bevat 8 gram transvetzuren.


Het onderzoek uit Harvard gaat er van uit dat TFA's naar alle waarschijnlijkheid verantwoordelijk zijn voor minstens 6% van alle sterfgevallen door een harkwaal oftewel 30.000 sterfgevallen in de VS alleen. En ook komen er veel meer hartkwalen voor in Noord-Europese landen, waar de consumptie van TFA's hoog is, en weinig in de landen rond de Middelandse Zee, waar het meeste vet in de voeding afkomstig is van olijfolie en kokosolie, en waar dus weinig TFA's worden gebruikt in de voeding.


Een epidemie van hartkwalen is rechtstreeks in verband te brengen met de invoering van gedeeltelijk gehydrogeneerde vetten in voedingsmiddelen, waarbij de eerste grote explosie in 1920 is opgetekend. Vòòr de eerste wereldoorlog, toen kaas en boter vast onderdeel van het voedingspatroon vormden, stierven mensen zelden aan trobose in de kransslagaderen. Niettemin brachten onderzoekers hartkwalen hartnekkig in verband met dierlijke vetten, die men in boter aantreft, waardoor margarinefabrikanten de kans kregen om te beweren dat hun producten (margarine) beter waren voor uw hart en bloedvaten.


De narigheden met moderne voedingsmiddelen.

De voornaamste reden dat de geneeskunde met de hele cholesteroltoestand zo in de knoop zit is dat ze per se willen blijven blijven zoeken naar èèn enkele risicofactor in de eetgewoonten en deze willen isoleren. Er bestaat ook veel (misplaatste) belangstelling voor een fragmentarische benadering van voeding en voor bepaalde voedingsbestanddelen die deze of die ziekte kunnen bestrijden. Bij deze benadering blinddoekt de conventionele geneeskunde zichzelf met betrekking tot een paar overduidelijke verschillen tussen de westerlingen en de meer “primitieve” bevolkingen, waarin weinig hartkwalen voorkomen. Hieronder vallen culturen zoals die van de Eskimo's, die gedijen op een vetrijk dieet.


Uit talrijke onderzoeken blijkt dat wanneer primitievere bevolkingen een westers voedingspatroon aannemen, ze aan hartkwalen beginnen te bezwijken. Maar het belangrijkste verschil tussen wat zij eten en wat wij eten zit hem niet direct in vlees of vetten, maar in natuurlijke voedingsmiddelen.

De grote boosdoener is het op grote schaal vervalsen van alles wat we in onze mond steken. Hieronder valt ook het op grote schaal toevoegen van geraffineerde suikers, die de vetspiegel in het bloed verhoogt en de kracht van het immuunsysteem aantast.

Bij zijn onderzoek naar het thans gangbare twintigste-eeuwse westerse voedingspatroon merkte dr. Stephen Davies, die in Engeland baanbrekend werk heeft gedaan op het terrein van voeding en geneeskunde, op dat de mensen in de loop van 40.000 jaar niet erg veranderd zijn – maar ons voedingspatroon wel, althans hier in het westen.(Journal of Nutritional Medicine 1991). Hij citeert S.Boyd Eaton en Melvin Conner die een artikel over de voeding in de steentijd in het New England Journal of Medicine hebben geschreven.


Zelfs de ontwikkeling van de landbouw, 10.000 jaar geleden, heeft kennelijk een minimaal effect op onze genen gehad. Bepaalde haemoglobinopathieën en retentie van darmlactase tot in de volwassenheid zijn “ recente” genetische evolutie-ontwikkelingen, maar er zijn weinig andere voorbeelden bekend.


Met andere woorden, de voedingsindustrie kan dan wel modern en industrieeel zijn, maar onze magen bevinden zich nog in het stadium van jagen en voedsel verzamelen. In die tijd haalden we 21% van onze totale voedselenergie uit vetten, 34% uit proteïne en aten we 45,7 gram vezels (waarbij de cholesterolopname maar liefst 591 mg bedroeg, vergeleken bij de normale aanbevelingen van tegenwoordig van 300mg ). Tegenwoordig haalt de gemiddelde Noord Europeaan 14,1% van zijn voedselenergie uit proteïnen en 37,6% uit vetten, met maar 390 mg cholesterol en 24,9 gram vezels.


Volgens de moderne normen op voedseldeskundig gebied hadden holbewoners moeten sterven als vliegen. Maar het is duidelijk dat vet maar een heel klein onderdeel is van het verhaal. Een van de gevolgen van de moderne agrarische bedrijfsvoering, met domesticatie van dieren, vogels en vis, is een aanzienlijke verlaging van onze consumptie van onmisbare vetzuren, die naar wij nu weten, van levensbelang zijn voor een gezond immuunsysteem.

De intensieve veehouderij van vooral varkens en kippen, waarbij de dieren opeen gepropt in grote schuren moeten leven, wordt in verband gebracht met voedingstekorten bij deze dieren” schrijft Stephen Davies. “Door de voedselverwerkings- en raffineringstechnieken wordt de voedingswaarde verder naar beneden gehaald, evenals door de intensieve landbouwtechnieken die tot demineralisering van de bodem leiden. In de landbouw gebruikte chemische stoffen en andere milieuverontreinigers vinden hun weg in de voedselketen, tasten de voedingswaarde van wat we eten aan en zetten onze ontgiftingsmechanismen onder zware druk”.(The Lancet 1995)


Wat Stephen Davies hierboven zegt is dat vele degeneratieve ziekten zoals hart- en vaatziekten en kanker, voor een groot deel het gevolg kunnen zijn van het feit dat ons lichaam de twintigste- eeuwse omwenteling in wat nu “Voedsel” wordt genoemd, niet meer kan bijhouden. Met andere woorden, de boosdoener hoeft niet alleen cholesterol of welke andere verkeerde voedingstof dan ook te zijn, maar de manier die we nu hanteren om dat wat er op tafel komt, te kweken, te verzamelen, te verkopen en te bereiden.


Denk maar eens aan de buitengewone eisen die er aan ons lichaam worden gesteld door het massaal uit ons voedsel stropen van onontbeerlijke voedingstoffen, en door het toevoegen van duizenden nieuwe, vreemde, chemische elementen in ons voedingspatroon.


De vleesindustrie van tegenwoordig maakt ook royaal gebruik van steroïden, antibiotica, tranquillizers, betablokkers en groeihormonen.

In de landbouw wordt druk gestrooid met pesticiden, onkruidverdelgers, knaagdierverdelgers, schimmelwerende middelen en nitraatmeststoffen.

Bij de huidige voedselverwerking worden vele ingredienten zoals granen (tarwe) en suiker geraffineerd, waardoor hun waarden aan mineralen en vitaminen worden vernietigd, evenals door de moderne opslagmethodes, voedselbestraling en de toevoeging van zo'n 3794 voedselverrijkers, kleurstoffen, zoetstoffen, modificeerders en conserveringsmiddelen.


Ons lichaam herkent deze dingen niet meer als voedsel en weet er dus ook geen raad mee. Het ziet er uit als eten, het ruikt naar voedsel, het heeft een kunstmatig gemaakte smaak van voedsel...maar het is geen voedsel. Ons lichaam wordt voor de gek gehouden, het is logisch dat we dat niet onbeperkt ongestraft kunnen doen. Explosieve toename van ziekten is dus ook het gevolg. Tijd dus voor echt voedsel! Terug naar de natuur, onze voorouders waren zo gek nog niet! Voedsel hoort uit de grond en een keuken te komen...niet uit een fabriek!

 

Lees meer over transvetten en margarine hier en hier.


Bron: Gedeeltelijke samenvatting uit “Wat artsen je niet vertellen” van Lynne McTaggert. ISBN 90-5637-148-7

Top
©Warriors For Health - FreePeopleAgency  | lizzy@warriorsforhealth.com